Urgentie biodiversiteit in de stad is torenhoog

Een interview met Steven Delva

Biodiversiteit is de basis van onze voeding. Volgens landschapsarchitect Steven Delva was daar jarenlang te weinig oog voor. Om een exponentiële verbetering te creëren, stelt hij voor interessant groen te valideren binnen businessmodellen. “Meer biodiversiteit vormt geen doelstelling, maar het resultaat van goede plannen.”

“Een mooi design: prima, maar je verantwoordelijkheid voor de biodiversiteit is minstens zo belangrijk.”

Als boerenzoon heeft hij het belang van biodiversiteit van jongs af aan meegekregen. ‘Deze diversiteit hadden we nodig om op de juiste manier gewassen te telen. Dat boeit mij. Landschapsarchitecten hebben het voorrecht te werken met de systematiek van de natuur. Je moet de werking van de natuur begrijpen en daarmee spelen: welke bomen groeien op welke grond; wat trekt bijen, vlinders en vogels naar je groengebied? Voor mij is het een vanzelfsprekend onderdeel van efficiënte plannen.

Ontwikkelteam KJ (Den Haag) bestaat uit Amvest, Powerhouse Company, Delva Landscape Architecture/Urbanism, Skonk, Metabolic, IMd en Synchroon.

Meer dan wie ook heeft de landschapsarchitect de kansen en mogelijkheden om hier invulling aan te geven. Een mooi design: prima, maar je verantwoordelijkheid voor de biodiversiteit is minstens zo belangrijk. De urgentie daarvan is inmiddels iedereen wel duidelijk. Aan ons de plicht om het waar te maken.”

“Je moet je plannen zo ontwerpen dat het er niet af kán. Vergroening heeft absoluut prioriteit.”

Groene toevoeging

Tien jaar geleden startte Steven Delva zijn bureau DELVA Landscape Architecture/ Urbanism in het centrum van Amsterdam. Het gebouw is een sprekend voorbeeld van duurzaam, efficiënt en multifunctioneel gebruik van ruimte dat bovendien biodiversiteit toevoegt aan de stad. Op de begane grond werken de meer dan twintig medewerkers van DELVA. Op het dak van de studio vormt zich een soort ‘urban forest’ waar de gasten van het hotel op de eerste etage van kunnen genieten. Nog een etage hoger woont Steven zelf, een nieuw duurzaam gebouw met veel groene terrassen. Grond en voorzieningen zitten in het pand verwerkt; daaruit groeien bomen. Op de stoep voor het brede pand staan grote kleipotten met metershoge bomen waar de vogels in nestelen.

“Elke groene toevoeging doet een stad goed”, stelt Steven. “Het zorgt voor verkoeling en is beter voor ecologie en biodiversiteit.”

De afgelopen jaren heeft hij de belangstelling voor biodiversiteit zien toenemen. “Wat wij altijd vanzelfsprekend in plannen opnamen, krijgt nu meer aandacht en mag binnen de plannen dikker worden aangezet. Iedereen is er nu van doordrongen hoe belangrijk biodiversiteit is. Maar vlagen van belangrijkheid nemen ook weer af. Daarom moeten we de kans die we nu krijgen nemen en vastleggen. Hoe? Door te zorgen dat de groene invulling van een plan er niet afgehaald kan worden; die moet onlosmakelijk verbonden zijn aan het gehele plan, het concept en het bussinessmodel.”

“Liever minder groen dat haalbaar is en blijft, dan mooie plannen op papier waar in de praktijk vaak weinig van terecht komt.”

“In de land- en tuinbouw zijn we heel goed in intensiveren en innoveren. Met die kwaliteiten zou je ook het groen in steden kunnen benaderen.”

Goede voorbeelden

Het is de frustratie van menig landschapsarchitect: bij de ontwikkeling van stedelijk gebied blijft er aan het eind van het proces weinig van ‘zijn’ groenontwerp over. “Het heeft geen zin om jankend in een hoekje te gaan zitten of aan de zijlijn te schreeuwen dat er niet geluisterd wordt”, vindt Steven. “Je moet je plannen zo ontwerpen dat het er niet af kán. Vergroening heeft absoluut prioriteit. Ook gemeenten stellen steeds meer eisen aan waterabsorptie, hittebeheersing, duurzaamheid en leefkwaliteit. Al die componenten moet je zó met elkaar verbinden dat het één niet zonder het ander kan. Beschouw die eisen niet als een afvinklijstje, maar koppel ze aan elkaar als onderdelen van een compleet systeem. Door die gelaagdheid en het koppelen krijg je realistische plannen. Dat is pure noodzaak, want de urgentie is torenhoog. Wees realistisch, dat komt de snelheid ook ten goede. Het is de hoogste tijd dat we meer goede voorbeelden gaan realiseren.”

Ontwikkelteam Pompenburg (Rotterdam) bestaat uit Dura Vermeer, J.P. van Eesteren, Studioninedots, Delva Landscape Architecture/Urbanism, Skonk en Synchroon. 

“Duurzaamheid en vergroening horen in het DNA van je bedrijf te zitten.”

“Als een groen dak enkel groen dak is, kan het niet gevalideerd worden. Maak groene daken daarom tot onderdeel van een businessmodel.”

Businessmodel

Duurzaamheid, vergroening, circulair bouwen: je mag er in deze tijd veel aandacht voor hebben. Toch is dat niet genoeg, stelt Steven. “Je kunt wel gebruik maken van de actuele focus, maar duurzaamheid en vergroening horen in het DNA van je bedrijf te zitten en de planvoering te bepalen. Elke ontwerpdiscipline dient er oog voor te hebben, maar het zijn vooral de landschapsarchitecten die de verantwoordelijkheid dragen en dienen te nemen om een metamorfose binnen het ontwerpersvak waar te maken.”

Gemeenten bepalen het beleid. Zij hebben allemaal hun eigen manier om ‘Paris proof’ te worden, te voldoen aan de eisen van het klimaatakkoord. “De doelstellingen van verschillende grote steden hebben wij onderzocht en naast elkaar gelegd”, vertelt Steven. “Een Vlaamse stad kiest er bijvoorbeeld voor om dertig procent van de parken af te staan aan de natuur. Andere steden voegen tienduizend bomen toe. Om het realistisch te maken, bedenken we manieren om aanlegkosten, maar zeker ook beheerskosten te beperken.”

Steven wijst op zijn eigen groene dak. “Dat is tegelijkertijd het terras en het visitekaartje van ons hotel. Als een groen dak enkel groen dak is, kan het niet gevalideerd worden. Maak groene daken daarom tot onderdeel van een businessmodel. Biodiversiteit kun je alleen realiseren met meer interessant groen. Maar dat moet je niet willen bereiken door simpelweg meer bomen te planten. Het moet het resultaat zijn van, wat ik noem, ‘slimme meekoppelkansen’. Het koppelen van doelstellingen levert meekoppelkansen op voor zaken die er anders uitvallen, zoals groen.”

De taal spreken

“In het koppelen van ambities ligt de uitdaging”, vervolgt Steven. Hij doelt daarmee niet alleen op het verbinden van de verschillende eisen, zoals hittebeheersing, waterabsorptie en leefkwaliteit. Maar ook op de ambities van verschillende partijen die met de groendoelstelling van de gemeente te maken hebben. Steven wil de taal spreken van zowel de gemeente, die op grote schaal een groenvisie opstelt, als de belegger die een project overneemt van een ontwikkelaar en het beheer zal doen. “Wij moeten begrijpen hoe het werkt, hoe we alle partijen meekrijgen met vanzelfsprekende, goed werkende plannen. Dat lukt alleen als je weet hoe bijvoorbeeld beleggers het groen kunnen implementeren in hun businesscase. Daarvoor moet je vanuit hun uitgangspunt leren denken. Wij zitten in de realistische hoek. Liever minder groen dat haalbaar is en blijft, dan mooie plannen op papier waar in de praktijk vaak weinig van terecht komt. Al bij de tenders weten we hoe we het moeten aanpakken om het plan binnen de groenvisie van de gemeente te laten passen en tegelijkertijd acceptabel te laten zijn voor de belegger als het gaat om beheer. We werken aan zeer ambitieuze maar realistische plannen. Hiermee kunnen we snelheid maken in het vergroenen van steden en gemeenten.”

‘Groenbommen’

Nederland scoort in Europa erg slecht wat biodiversiteit betreft. En dat terwijl we een voortrekkersrol zouden moeten spelen, vindt Steven. “In de land- en tuinbouw zijn we heel goed in intensiveren en innoveren. Met die kwaliteiten zou je ook het groen in steden kunnen benaderen. Nu zie je vaak in de stadskern voldoende groen, in het buitengebied ook, maar daartussen is een kring van bedrijfsterrein waar te weinig groen is. Die ‘grijze plaat’ belemmert de doorgang tussen de groene stadsparken of groene projecten binnen de stadskernen en de metropolitane landschappen buiten de stad. Er moeten intensieve ‘groenbommen’ ontploffen om een gat in die muur te creëren als basis voor een beter netwerk van groen, water, recreatie, schone lucht…” Gemeenten kunnen dat groot aanpakken, maar ook particulieren kunnen hun steentje bijdragen, vertelt Steven.

“De EU heeft een flinke pot subsidiegeld klaarliggen om bomen te financieren die gemeenten of particulieren willen planten. Maak daar vooral gebruik van!”

“Verdichten van steden en gemeenten biedt kansen tot verduurzamen en vergroenen”, besluit Steven. “Het kan niet anders: zonder krijg je geen verdichte, leefbare stad. De druk op de openbare ruimte wordt steeds groter. De compacte stad met natuur en goed openbaar vervoer is het meest duurzame wat je kunt bedenken. In Rotterdam en Amsterdam werken we aan diverse plannen waarbij de bouw van duizenden extra woningen een middel is om meer biodiversiteit te realiseren. Verdichten als middel tot verduurzamen en vergroenen: dat heeft de toekomst.”