Synchroon met de Stad Live, Editie I

Het event dat wij organiseerden voor ons platform ‘Synchroon met de stad’.

Synchroon met de Stad Live Editie I - Synchroon met de Stad

‘De toekomst van de stad is natuur’. Dat was het thema van het event dat wij 10 september organiseerden voor ons platform ‘Synchroon met de stad’. Ruim tachtig belangstellenden luisterden naar de voordracht van Menno Schilthuizen, wetenschapper bij het Naturalis Biodiversity Center in Leiden. En ze werden geconfronteerd met de nuchtere kijk van ‘volksfilosoof’ Bas Haring.

“Mieren zijn ingenieurs van ecosystemen”

aldus Menno Schilthuizen, ecoloog, evolutiebioloog en hoogleraar in de kenmerkevolutie en biodiversiteit aan de Universiteit van Leiden. Hij plaatste biodiversiteit in de context van een urbane evolutie, maar nam zijn vertrekpunt in een mierennest. Hoe de invloed daarvan zich uitstrekt tot ver buiten de grenzen van het eigen terrein.

Meerkoet - Menno Schilthuizen - Synchroon met de Stad

“Mieren halen voedsel uit de omgeving en brengen het naar hun nest. Dat trekt andere insecten aan, die leren dezelfde chemische taal te spreken als mieren. Zo worden ook zij voorzien van voedsel en profiteren mee van het ecosysteem van de mieren.” Eeuwenlang waren mieren het beste in het beïnvloeden van hun leefomgeving. Inmiddels zijn de mensen dat. Schilthuizen: “Het aantal steden groeit wereldwijd hard. Zij veranderen de leefomgeving sterk en hebben een aantrekkende werking op mens en dier. De wereld urbaniseert en dat levert zowel kansen als valkuilen op.”

“Het omgekeerde winkelwagentje in de sloot vormt voor de meerkoet een stevige basis voor zijn nest”

Extreme habitat

Met gebruikmaking van filmpjes en foto’s loodste Menno zijn publiek door een reeks van die kansen en valkuilen. Het omgekeerde winkelwagentje in de sloot vormt voor de meerkoet een stevige basis voor zijn nest. De specht die de akoestische kwaliteiten van een lantarenpaal ontdekte, heeft in het rumoer van de stad een goed alternatief gevonden om met zijn harde roffel andere mannetjes af te troeven. Tegelijkertijd was de Australische prachtkever bijna uitgestorven vanwege stadse verleidingen.

“Lange tijd was onduidelijk wat hen daarheen trok. Tot bleek dat zij een poging deden met het flesje te paren. Het grote, ronde glimmende glas was onweerstaanbaar aantrekkelijk. En terwijl de vrouwtjes in de struiken op de mannetjes wachtten, deden die zich tegoed aan een lege bierfles. Het werd net op tijd ontdekt, waarna de bierbrouwer het uiterlijk van zijn flesjes aanpaste. De stad is een extreme habitat met veel kansen, maar ook valkuilen. Het leven stelt er harde eisen, maar biedt ook grote voordelen voor wie zich kan aanpassen.”

Menno Schilthuizen aan het woord - Synchroon met de Stad

”Zo kunnen nieuwe ecosystemen integreren met de structuren die wij mensen bouwen”

“In dat evolutionaire landschap passen planten en dieren zich aan via natuurlijke selectie”

Uniek

De natuur moet zich aanpassen aan de fysieke eigenschappen van de stad. De hogere temperaturen; de herrie; de materialen die vaak geen vocht doorlaten en de onnatuurlijke combinatie van dieren. “In dat evolutionaire landschap passen planten en dieren zich aan via natuurlijke selectie”, aldus de hoogleraar. Hij neemt de hagedis uit het Caribische Porto Rico als voorbeeld. “In de stad rent hij via regenpijpen naar dakgoten. De oorspronkelijke pootjes zorgen dat hij goed grip heeft op boomtakjes, maar in de stad heeft hij meer aan goed grip op een gladde ondergrond. Uit onderzoek blijkt dat de pootjes van stadshagedissen zich in de loop der jaren aan die omstandigheden hebben aangepast. Ze zijn langer en hebben meer lamelletjes waardoor ze zich op gladde ondergrond beter kunnen vasthouden.” Een test met bos-en stadshagedissen toont aan hoe de stadshagedis moeiteloos een glad parcours aflegt waar de boshagedis, slippend en glibberend, nauwelijks vooruit komt.

“Fascinerend”, vindt Schilthuizen deze ‘urbane evolutie’ die je op alle terreinen van de natuur terugziet. Van de stadse stippelmot – die veel minder naar de lichtbron toevliegt – tot streepzaad, dat in de stad nauwelijks nog wegwaaizaadjes heeft. “Uniek om van dit proces getuige te zijn en cruciaal om te beseffen dat we als mensen zelf een nieuw milieu hebben geschapen. Tegelijkertijd toont het aan hoe belangrijk het is in stadsontwerpen het ontstaan van nieuwe ecosystemen te kanaliseren. Door het gebruik van stoeptegels met ruimte voor groen, bakstenen met gaatjes voor bijen en substraten waar vegetatie vanzelf kan ontstaan. Zo kunnen nieuwe ecosystemen integreren met de structuren die wij mensen bouwen.”

Bijen - Synchroon met de Stad

Bas Haring: “Ik ga geen pleidooi voeren voor biodiversiteit”

“Biodiversiteit neemt wereldwijd in rap tempo af: dat komt door ons”

Scenario’s

Filosoof, schrijver en presentator Bas Haring toonde zich verrast over dit onderwerp te mogen spreken en maakte meteen duidelijk: “Ik ga geen pleidooi voeren voor biodiversiteit.” Hij wilde vooral de discussie relativeren. Biodiversiteit neemt wereldwijd in rap tempo af. “Dat komt door ons en dat geeft een oncomfortabel gevoel.” Om de zaken in perspectief te plaatsen, schetste Haring allereerst vier mogelijke scenario’s.

Bas Haring - Synchroon met de Stad

“In scenario één verdwijnen diersoorten, zoals tijgers, oerang oetans en grutto’s, uit de wilde natuur. In scenario twee verschraalt de natuur en gaat zij wereldwijd steeds meer op elkaar lijken. Het derde scenario is een wereld waarin de natuur grotendeels verdwijnt; er blijft slechts woestijn over of varens. In het vierde scenario hebben we geen eten meer, geen medicijnen en geen bouwmaterialen; het leven op aarde wordt onmogelijk.” Volgens Haring zijn de eerste twee scenario’s realistisch en logisch. “We krijgen steeds meer van hetzelfde; ik noem dat de ‘ikeaficatie’ van de natuur.” De laatste twee scenario’s noemt hij ‘compleet irrealistisch’. “De natuur is geen machine die ermee stopt als je er één onderdeel uithaalt”

Denkfout

Volgens Haring is er rond het thema ‘biodiversiteit’ een verkeerd beeld ontstaan, gevolgd door een discussie met redeneringen die niet kloppen. “Er is geen duidelijk causaal verband tussen een afnemende biodiversiteit en het verdwijnen van leven op aarde. Er is vaak wel een correlatie, maar geen duidelijk causaal verband, zoals je dat wel ziet bij de gevolgen van een CO2-toename. Daarvan weten we de ernstige gevolgen voor de toekomstige wereld. Zo niet bij afnemende biodiversiteit. De gevolgen daarvan zijn ook steeds weer anders.” Bijen zijn volgens Haring, ‘een zorgvuldig gekozen item in deze discussie’. “Bedoeld om u bang te maken. Het verdwijnen van bijen zou de voedselvoorziening op aarde in gevaar brengen. ‘Zonder bijen geen bestuiving.’ Maar er zit een denkfout in. Niet alle voedsel ontstaat dankzij bestuiving. En niet alleen bijen zorgen voor bestuiving, al doen zij het wel als beste.”

‘Minder leuk’

“Zo’n ramp is het niet als biodiversiteit verdwijnt”, stelde Haring. “Maar het is wel minder leuk. Een omgeving met een diversiteit aan levensvormen is veel leuker. Het is goed om daar bij de vormgeving van een stedelijke omgeving rekening mee te houden. Maar het is leuk tot op zekere hoogte. Er zijn 700 soorten vijgenwespen. Hoe erg is het als er daar een paar van verdwijnen?”

Haring vergeleek het met de diversiteit aan kaassoorten uit de Alpen. Elke boer heeft daar zijn eigen specifieke kaas. Je kunt het jammer vinden als die verscheidenheid verdwijnt, doordat boeren voortaan in de fabriek kaas laten maken van hun melk. Maar de verschillen tussen de kazen proeft alleen de connaisseur.

“Besef dat ook in de discussie rond biodiversiteit er ‘connaisseurs’ zijn die hun mening ventileren.”

Kwijt

‘Wat vindt Schilthuizen van Harings verhaal?’ vroeg een van de aanwezigen zich af. Die noemde het ‘scherp’, zoals hij alle drogredenen blootlegt. “Monoculturen kunnen niet overleven; zelfs het meest eenvoudige bio-systeem telt al minimaal tienduizend organismen. Tegelijkertijd geldt wel dat een vegetatie met één plantensoort risico’s meebrengt, omdat bijvoorbeeld ziekten niet worden tegengehouden door andere soorten. De angst voor afnemende biodiversiteit is terecht, omdat we onvoldoende weten van alle ecosystemen. Ik denk niet dat de natuur zal verdwijnen, maar we raken veel kwijt van waar we van houden. Om het met Bas’ woorden te zeggen: het wordt een minder leuke wereld. En dat is zorgelijk.”